Engels spreken zonder het te ‘leren’

Jaran van der Lely, 1 september 2020

Engels, Nederlans, Frans, Russisch. Allemaal voorbeelden van wat wij talen noemen. Een taal is in zekere zin een combinatie van geluidspatronen en systematiek waarmee een boodschap overgebracht kan worden. Het goed overbrengen van een boodschap leidt tot begrip. Begrip ja, en dan begrijpen we elkaar soms nog steeds niet.

En daar ontstaat een deel van de disfunctionaliteit met betrekking tot het leren van een tweede taal, bijvoorbeeld Engels. Wanneer je Engels gaat spreken word je vaak beoordeeld op ‘hoe goed je er in bent’, in het bijzonder op school en bijvoorbeeld als je oefent voor een mondeling tentamen. Zo kun je verbeterd worden op je uitspraak, je grammatica en of het allemaal een beetje samenhangend overkomt. Ineens moet je gaan letten op wat je zegt. Dat doe je normaalgesproken niet, je zegt gewoon wat je wilt zeggen. Dus waarom nu gespannen letten op wat je zegt?

Het is niet zo heel erg vreemd allemaal. Ik heb zo ontzettend veel 1 op 1 Engels gegeven dat ik het geworstel met Engels spreken bij een groot aantal mensen van dichtbij heb kunnen zien. Stuk voor stuk hadden zij aanvankelijk het idee dat het ‘goed’ moest zijn. Dat je ‘geen fouten’ mag maken. Echter, het idee dat je geen fouten mag maken creëert een innerlijke kloof van conflict; je merkt namelijk tijdens het spreken dat je niet weet hoe je iets moet zeggen. Dus kun je niet aan je verwachting voldoen en raak je innerlijk overprikkeld.

Stel dat je nog nooit een appeltaart hebt gebakken. Je besluit nu er een te gaan bakken. Maar, het resultaat moet wel gelijk goed zijn, dus gelijk een ‘goede’ appeltaart (want jij kunt dat natuurlijk goed beoordelen.) Je begrijpt natuurlijk dat dit een onredelijke verwachting is. Eerst ga je heel veel oefenen met bakken, en na verloop van tijd word je er beter in. Geef het aandacht. Zeg niet ‘ik geef het tijd’, dat klinkt zo vrijblijvend. Geef het aandacht door te oefenen. En let op; maak je niet druk over het resultaat, lach er gewoon om als je appeltaart als een soort mislukte pudding uit de oven komt. Neem een houding aan die je niet laat beïnvloeden door de uitkomst. Sta er wat onverschillig in op dat punt, maak gewoon plezier.

Het lijkt soms alsof een fysieke vaardigheid zoals het bakken van een taart, goed kunnen schilderen of het mooi kunnen bespelen van een muziekinstrument iets fundamenteel anders is dan het leren van een (in ieder geval ten dele) cognitieve vaardigheid zoals rekenen of een taal leren. Maar als je naar het ontwikkelingsproces kijkt gaat de ontwikkeling op dezelfde manier. 1) Je begint, 2) je blijft het aandacht geven, 3) je wordt er beter in. In alle gevallen kun je zeggen dat als je na dat je bent begonnen je gelijk een ‘toets’ invoegt door te beoordelen hoe goed je er in bent al na vijf minuten, en het resultaat valt vervolgens tegen, dat je nog geen ‘voldoende’ zou kunnen krijgen, hetgeen weer het idee geeft dat je er ‘slecht in bent’. Toetsen werkt dus bijzonder averechts in de ontwikkelingscurve.

Als een jong kind gaat verven, dan ga je het toch ook niet beoordelen op technisch niveau? Je zegt hooguit dat je het mooi vindt, dan je de kleuren mooi vindt, dat was het wel zo ongeveer. Je weet namelijk vanbinnen dat het geen zin heeft om een discussie te hebben over de kleurkeuze, hoe het dier geschilderd is, dat een aap nooit samen met een vis in een aquarium zit (stel dat het kind dat getekend heeft), dat er wellicht beter met een ander type kwast geschilderd had kunnen worden. Het kind is niet klaar deze informatie te ontvangen.

Precies zo werkt het ook als je iemand probeert te helpen met Engels door de uitspraak te verbeteren of door dingen voor te zeggen die de ander dan vervolgens na kan zeggen. Ervan uitgaande dat iemand enig niveau heeft van Engels lezen en verstaan is het gewoon een kwestie van veel praten. Ga gewoon iets vertellen en probeer te blijven praten. Maak je niet druk om wat je zegt en hoe je het zegt. Vertel gewoon. En als je merkt dat je het onprettig vindt dan zal je even moeten doorbijten. Als je ermee stopt en je niveau dus niet verbetert is het te makkelijk om te zeggen dat je het moeilijk vindt. Die uitspraak klopt niet helemaal; je bent er gewoon nog niet in gegroeid. Dus, geef het aandacht.

Nog even over het thema ‘iemand helpen door te verbeteren’. Dit werkt echt helemaal niet. Als iemand geregeld zegt ‘My father have a blue car’, en jij zit dat tenenkrommend aan te horen, laat dat dan niet merken. Degene die de zin zegt met de ‘have’ fout er in is gewoon aan het vertellen. Het brein is bezig met het oefenen met het maken van grammaticale constructies. Uiteindelijk gaat iemand die fout weinig tot niet meer maken omdat zij het namelijk bij zichzelf gaan corrigeren zonder dat ze dit door hebben.

Overigens, wie interesseert het nou wat jij als toehoorder ervan vindt? In de context van iemand die leert te spreken is het totaal niet interessant dat jij weet dat ‘he have’ niet klopt. Het lijkt wel alsof je zou moeten verbeteren, want jij wil die ander helpen. En dat is goed bedoeld en bedacht, geen twijfel daar. En het is in het begin ook moeilijk om de ander allerlei fouten te laten maken zonder te verbeteren, maar in het beginstadium van ‘wennen aan spreken’ en van ‘Engels spreken normaal gaan vinden’, is het cruciaal niet het proces te verstoren. Pas als je ziet dat iemand ontspannen is bij het spreken kun je vragen of iemand wat tips wil over uitspraak (denk aan bijvoorbeeld de th-klank).

Waar het in het geheel op neerkomt is dat iedereen iets anders met zich meebrengt. Zonder dat iemand het weet kan zij sensitief zijn voor details in intonatie. Dit kan een groot voordeel hebben bij het oefenen met spreken. Maar als iemand al snel de beoordeling krijgt dat het allemaal toch ‘niet zo goed is‘ komt deze eigenschap niet zodanig aan het licht dat zij er wat aan heeft. Een ander heeft misschien een talent om emotie achter een boodschap te kunnen onderscheiden. Dit is niet alleen kostbaar bij het leren van een taal, maar ook in de omgang met anderen en is dus zeker iets dat de ruimte moet krijgen om aan het licht te komen. Iedereen heeft de vrijheid nodig vaardigheden te kunnen oefenen en ermee  te kunnen spelen zonder dat er beoordeeld wordt.

Geef elkaar wat ruimte, zit er niet bovenop.

HOME