Dialogue 1.0

A: Hi John, how are you?
B: Hi Bob, I’m good, how are you?
A: Good, thanks. Listen, I heard that there is a circus in town next week.
B: Really? That’s great. Are you going?
A: I want to go, yes. My parents asked me to ask you to come, too.
B: Cool! So, you’re inviting me to go with you?
A: Yes, I am.
B: Fantastic!
A: We’ll pick you up at one o’clock on Saturday afternoon.
B: Great! See you then!

A: Hoi John, hoe gaat het?
B: Hoi Bob, het gaat goed, en met jou?
A: Goed, dank je. Luister, ik hoorde dat er volgende week een circus is (in het dorp).
B: Echt? Dat is geweldig. Ga je er naartoe?
A: Ik wil er heen gaan, ja. Mijn ouders hebben gevraagd jou ook mee te vragen.
B: Cool! Dus je nodigt me uit mee te gaan?
A: Ja.
B: Fantastisch.
A: We halen je zaterdagmiddag om een uur op.
B: Geweldig. Tot dan!