Dialogue 3.1

A: Hi John, do you know where Linda is?
B: Hi Denise,  she has just gone home.
A: Wasn’t she supposed to help you with your assignment?
B: That’s right, but we already did that a couple of hours ago. She said she had to go home early because she had to go to the garage to get her car.
 A: Yes, I remember now. She told me that her car was being repaired after it had been hit by another car. If I were in her position, I would call the insurance company to explain the situation.
B: Yes, she has already done so. It is important to keep the insurance company up-to-date when an accident of any kind occurs. I believe she knows this.
A: So tell me, what have you been working on?
B: Well, actually, today I have been writing a proposal to put to our team members. It is about trying to find a way to sell our products in Brazil.
A: That sounds very good. Can I help you with that?
B: Yes, actually you could. I have been told you are good at grammar. Could you please check mine?

A: Hi John, weet jij waar Linda is?
B: Hoi Denise, ze is net naar huis gegaan.
A: Moest ze jou niet helpen met jou opdracht?
B: Dat klopt, maar we hebben dat een paar uur geleden al gedaan. Ze zei dat ze vroeg naar huis moest gaan omdat ze naar de garage moet om haar auto op te halen.
A: Ja, ik herinner het me nu. Ze vertelde me dat haar auto gerepareerd werd nadat hij geraakt was door een andere. Als ik in haar positie was zou ik de verzekeraar bellen om de situatie uit te leggen.
B: Ja, dat heeft ze al gedaan. Het is belangrijk om de verzekeraar geïnformeerd te houden wanneer een ongeluk gebeurd. Ik geloof dat ze dit weet.
A:Nou vertel, waar ben je mee aan het werk geweest?
B: Nou eigenlijk heb ik vandaag een voorstel gewerkt om aan onze teamleden te laten zien. Het gaat erover een manier te vinden om onze producten te verkopen in Brazilië.
A: Dat klinkt erg goed. Kan ik je ermee helpen?
B: Ja dat kan je zeker. Mij is verteld dat je goed in grammatica bent. Wil je de mijne controleren?